Aankomst en welkom in La Pobla de Segur
Bij aankomst in La Pobla de Segur krijg je in het eerste hotel een uitgebreide uitleg over de trektocht van Layla, de eigenaresse.
Reisopties
– Met de trein: Kom je met de trein vanuit Lérida (Lleida), dan word je opgehaald bij het station. De Tren dels Llacs, waarvoor het retourticket is inbegrepen, brengt je vanuit Lleida naar La Pobla de Segur. Deze treinreis komt langs meren en door de indrukwekkende kloven van het Mont-Rebei-gebergte – een belevenis op zich en een prachtige start van de reis.
– Met de auto: Reis je met de auto, dan kun je uiteraard rechtstreeks naar La Pobla de Segur rijden.
De route begint vanuit La Pobla de Segur met een rustige stijging richting de Col de Montsor (1.170 m). Tijdens het stijgen wordt het uitzicht steeds indrukwekkender — zowel op de ronde rotsen van de Turó de la Llosa als op het stuwmeer Sant Antoni van de Río Noguera Pallaresa in het zuiden. In de verte zie je het Montsec-gebergte met de twee diepe kloven van Terradets (links) en Mont-Rebei (rechts). Zeker een bezoek waard bij een andere gelegenheid.
De oude paden zijn hier en daar nog voorzien van een eeuwenoude keibestrating en geven je het idee dat je bij elke stap terug in de tijd gaat. Eenmaal over de Montsor daal je af naar de rivier in het dal, met zicht op de bergrug van de Slapende Reuzin, La Geganta Adormida, en het kleine dorpje Peracalç.
Net voorbij het dorp — let op de drie stieren — steek je de bergrug over en zie je het ommuurde middeleeuwse Peramea al in de verte liggen. De Reuzin zie je pas echt, met enige fantasie, als je vlak voor het dorp omkeert. Neem plaats op het enige terras en geniet van de rust om je heen.
Na een welverdiende nachtrust in het dorpje Peramea gaat de route verder vanaf de centraal gelegen monumentale iep en pomp. Het eerste deel van deze etappe is eigenlijk één lange klim, waarbij je onder andere het mooi gerenoveerde dorpje Sellui passeert.
Het hoogste punt van de etappe ligt net iets boven de 1.500 meter, waarbij je de rug van de Serraspina (of Serra Espina) oversteekt. Deze bergrug is volgens de overleveringen doordrenkt van zwarte magie — een goede reden om niet te overnachten op de berg zelf, maar de afdaling in te zetten naar de groene Vall Fosca (de donkere vallei) richting het dorpje Beranui.
Onderweg kom je de ruïnes tegen van het middeleeuwse Gramenet. De laatste inwoonster vertrok er in 1966. De legende over de jaarlijks terugkerende hagel die het dorpje teisterde staat beschreven in het routeboek, maar ook de herbergier in Beranui kan je er zeker meer over vertellen.
Via een oud pad daal je af van Beranui naar de Plana de Mont-Ros. Vanaf Mont-Ros klim je langs een oude mijn weer omhoog naar het dorpje Castell-Estaó. Eenmaal boven heb je een prachtig uitzicht over de Vall Fosca. De route blijft nu langere tijd redelijk op hoogte, met hier en daar korte afdalingen en beklimmingen.
De eikenbossen die je passeert werden tot midden vorige eeuw gebruikt voor de productie van houtskool, die met ezels naar Senterada werd vervoerd. Hierbij moesten de Arrieros (muilezeldrijvers) ook over de gevaarlijke Pont del Diable (de duivelsbrug), toen nog zonder leuningen. In vroeger tijden maakten de ezeldrijvers de ezels van elkaar los voordat ze bij de brug aankwamen, zodat ze bij een misstap niet allemaal in de afgrond zouden verdwijnen.
De brug over de smalle maar zeer diepe kloof spreekt tot de verbeelding als je bedenkt hoe men deze al in de 11e eeuw heeft kunnen bouwen. Misschien was het toch wel het werk van de duivel — de legende gaat immers dat de brug in één nacht is gebouwd.
Vervolgens klim je uit de kloof omhoog naar de ruïnes van La Bastida de Bellera en daal je daarna af richting Vilella en Xerallo, waar de inmiddels verlaten cementfabriek staat waarmee alle stuwdammen in de regio zijn gebouwd. In Les Esglésies ben je op het eindpunt van de etappe en word je ontvangen bij Casa Rural La Batlle.
De etappe van Les Esglésies naar Senterada is de langste van de tocht, met een geschatte duur van 7,5 uur. Vroeg vertrekken is dan ook aan te raden. Je start met een klim van 400 meter naar Prat d’Hort, met een prachtig uitzicht als beloning. Na ruim 15 km loop je over de heuvelrug van de Serra de Comillini en kom je bij een dolmen die bekend staat als La Casa Encantada — het behekste huis.
De plek is goed gekozen: een weids uitzicht én een slimme plek voor een pauze, want daarna volgt een stevige afdaling door het bos naar het in het dal gelegen Cadolla. Na het oversteken van de rivier loop je door naar het kleine gehucht Naens en zet je de daling in naar Senterada aan de Río Sarroca.
Je logeert deze avond in Casa Leonardo van Mireia Font, de drijvende kracht achter de tocht. Een bijzondere en verrassende accommodatie — het was ooit de supermarkt van het dorp en voelt tegenwoordig als een klein museum. Je kunt nagenieten van de lange wandeling op het terras in de schaduw aan de rivier.
Na je ontbijt bij Casa Leonardo klim je via de herderspaden omhoog, afwisselend door open terrein en bos. Na ongeveer 2 uur kom je bij het op 1.000 meter hoogte gelegen Estany de Montcortès, lokaal ook wel het vijfde meer — El Cinquè Llac in het Catalaans. Een bijzonder meer, want het wordt niet gevoed door rivieren maar door ondergrondse bronnen. Vervolgens ga je over de inmiddels bekende Slapende Reuzin, op weg naar de ruïnes van Montsor. In het verlaten dorp kun je kiezen uit twee opties voor de laatste kilometers terug naar La Pobla de Segur.
De eerste is de route via de Roca Foradada — een mooie route over de bergrug met aan beide zijden prachtig uitzicht.
Let op: er is een deel van de route waar je voor de zekerheid de aanwezige ladder en ketting moet gebruiken — minder geschikt bij hoogtevrees of regenachtig weer. Er is echter een alternatieve route waarbij dit niet nodig is.
De tweede optie is zeker zo mooi: het oude Montsor-pad, waarover je op de eerste dag ook naar boven bent gelopen. Tijdens de afdaling hoef je minder op te letten waar je je voeten neerzet en kun je rustig genieten van het uitzicht op het meer van Sant Antoni.
Na het dalen rust je uit op het centrale dorpsplein van La Pobla de Segur, waarna je de laatste 3 kilometer — met 250 meter hoogteverschil — loopt naar Casa Churchill in Claverol. Dit kan ook met eigen vervoer. Een bijzondere laatste overnachting op een berg met een fantastisch uitzicht.
Na een week wandelen vertrek je ontspannen en voldaan.
Met de trein: afhankelijk van je vertrektijd word je opgehaald en naar het station van La Pobla de Segur gebracht. Van daaruit neem je de merentrein (Tren dels Llacs) terug naar Lleida en reis je verder met het openbaar vervoer naar Barcelona, Reus of Girona.
Met de huurauto rijd je vanaf La Pobla in iets meer dan 2 uur terug naar een van de vliegvelden van Barcelona, Reus of Girona.
Hoewel de tocht goed bewegwijzerd is en je een detailkaart ontvangt, raden we aan ook de officiële GPX-track (2014) van ontwerper en herbergier Mireia Font y Vidal bij de hand te hebben. Deze is te gebruiken in alle navigatieprogramma’s.
Download het bestand via het GPX-icoontje rechtsboven bij de kaart.