Je reist op eigen gelegenheid, met het openbaar vervoer of via een door ons georganiseerde transfer naar het stadje Odemira. Je overnacht hier in een comfortabele accommodatie.
Odemira is een van de grootste gemeentes van de regio en bevat vele dorpen. Het stadje dankt zijn naam aan de rivier de Mira, die hier landinwaarts nog steeds getijdenwerking heeft, ruim 20 km van de kust. De Mira mondt uit in de oceaan bij Vila Nova de Milfontes.
Geniet van de omgeving: het eeuwenoude cultuurlandschap van bos en landbouw — de traditionele Montado, inmiddels beschermd als UNESCO Werelderfgoed — met kurkeiken, steeneiken, kruiden en struiken.
Vandaag een wandeling via de ‘wateretappe’ van de Historische Route, door het groene en levendige deel van de Alentejo met rivieren, landbouwgrond, kurkeikenbossen en struikgewas.
De route volgt de Torgal, een belangrijke zijrivier van de Mira die uitmondt in de Atlantische Oceaan bij Vila Nova de Milfontes. Pego das Pias is een unieke rustplek waar je gewoon even wilt blijven — of het nu in het water is of op het land.
Uiteindelijk kom je in het dorpje São Luís, waar je net buiten het dorp overnacht in een landelijk gastenverblijf met zwembad en uitzicht op de traditionele Montado met kurkeiken, kruiden en struiken.
Dit is het meest bergachtige gedeelte van de Rota Vicentina en ook het meest veeleisend, met lange klimstukken in ruig en onregelmatig terrein. Maar je wordt beloond met indrukwekkende uitzichten over de vlaktes en in de verte de Atlantische Oceaan.
Onderweg passeer je de kapel van Fonte Santa de Cima en de Rosalgar-mijnen, die lange tijd werden gebruikt voor de winning van ijzer en mangaan. Je kunt ook een kijkje nemen bij de 17 meter hoge waterval Rocha de Água d’Alte — al moet je weten dat er in de meeste maanden slechts een klein straaltje water uitkomt.
Vanaf de toppen van de Serra do Penedo geniet je van een weids uitzicht over de vlakte, de Mira en in de verte Vila Nova de Milfontes aan de kust. Je wandeling eindigt op het dorpsplein van Cercal.
Vandaag verbind je de Historische Route met het Visserspad, op weg naar het vissersdorp Porto Covo. De tocht begint in de bergen en daalt geleidelijk af naar de kust.
Vanuit Cercal loopt het eerste deel van de route langs kleine boerderijen met heggen, moestuinen en boomgaarden. Hier verloopt het leven in het ritme van zaaien, wieden en oogsten, en in de lucht hangt de geur van lavendel, tijm, bergmunt en rozemarijn.
Op het vlakkere kustplateau maken de boomgaarden plaats voor graanvelden, waar leeuweriken, graspiepers en vinken de omgeving opvrolijken — zelfs in de hitte van de zomer. De kleine roofvogels die boven de velden zweven zijn torenvalken, op zoek naar vogels en muizen.
Na het ontbijt vertrek je vanuit Porto Covo. Na de oversteek van de inham bij het haventje en een korte klim zie je de informatieborden voor de route. In ongeveer een uur wandel je naar de zuidkant van het strand bij Forte do Pessegueiro, gelegen bij het gelijknamige eiland. Bij het restaurant naast het fort kun je desgewenst wat eten of koffie drinken.
Vervolgens loop je, als het getijde het toelaat, over de surfstranden van Aivados en Malhão. Wanneer dit niet mogelijk is, volg je het pad door de duinen erachter. Tijdens het tweede deel van de wandeling kom je bij de kliffen — een geliefde plek met prachtige vergezichten, waar je vaak lokale vissers aan het werk ziet.
Het Visserspad voert je langs de kleine haven van Canal, een paar kilometer voor Vila Nova de Milfontes, waar je ook wat kunt eten of drinken. Je eindigt de wandeling in het historische centrum, vlak bij het kasteel en de brede riviermonding — een bijzonder uitzicht. Je logeert in een leuke accommodatie in het stadje.
Na de brug — of na de oversteek met de seizoensgebonden ferry (ca. 3 km korter) — heb je vanaf het strand van Furnas aan de overkant nog even een prachtig zicht op Vila Nova de Milfontes, de ‘Prinses van de Alentejo’.
Vanaf hier loop je regelmatig door dichte acaciastruiken en over steeds hogere kliffen langs de oceaan, langs ooievaarsnesten op onbereikbare plekken en verlaten stranden, totdat je aankomt in het kleine gehucht Almograve.
Een tocht van 5 à 6 uur in zuidelijke richting, vanaf Almograve langs het strand en over de kliffen. Vlak voor het dorp Cavaleiro passeer je de historische vuurtoren van Cabo Sardão.
De hoge kliffen langs deze kust zijn broedplaats voor meer dan twintig vogelsoorten, waaronder de kauw, aalscholver, ooievaar, torenvalk, slechtvalk, zwarte roodstaart en de rotsduif — de oorspronkelijke soort waaruit alle duivenrassen ter wereld zijn voortgekomen. Vooral in het voorjaar zijn ze goed zichtbaar rond Kaap Sardão. In Cavaleiro kun je daarna wat eten of drinken.
Onderweg kun je ook even afslaan naar het kleine vissersgehucht en haventje van Entrada da Barca, waar twee leuke bar-restaurants zijn. De wandeling eindigt, na een pad langs de weg, in Zambujeira do Mar, waar je verblijft in een klein guesthouse vlakbij het gezellige centrum.
De etappe begint met een wandeling over het kustpad langs de kliffen naar de baai van Carvalhal. Daarna gaat de route landinwaarts, langs akkers en boomgaarden, tot aan Praia da Amália — waar een beek via een waterval op het strand stroomt.
Na 10 kilometer bereik je Azenha do Mar. In plaats van de gebruikelijke picknick-lunch kun je hier eventueel genieten van een verse vismaaltijd: het restaurant ligt op slechts een paar honderd meter van het vissershaventje. Na de lunch vervolg je de route naar de monding van de Seixe. Vanaf de rotspunt Ponta da Areia ligt het strand van Odeceixe aan je voeten — een prachtig uitzicht. Via een pad door het rivierdal bereik je na nog eens 3,5 kilometer Odeceixe — het eerste dorp van de Algarve aan deze westkust. De wandeling eindigt in het dal, waar je verblijft in een sfeervol gastenverblijf vlak bij de rivier en het gezellige centrum.
Een rondwandeling van ongeveer 4 uur voert je via de zuidelijke kant van het dal naar de monding van de rivier de Ceixe. Vanaf de rotsen heb je een prachtig uitzicht op het brede strand van Odeceixe. Tussen april en september kun je hier ook even uitrusten met een hapje en drankje — en dat uitzicht.
Eenmaal bij de kliffen volg je het Visserspad langs de kust. Na enkele kilometers, via de rood-gele markeringen van de circulaire route, sla je het binnenland in en loop je langs de landerijen. Na ongeveer 10 kilometer, bij Maria Vinagre, kun je via een klein omweggetje naar het dorp voor een pauze. Daarna keer je terug naar Odeceixe, waar je stevig afdaalt langs de rivier naar het dorpscentrum en je accommodatie.
Hieronder de kaart van het gebied met de etappes. Klik op het routesymbool rechtsboven in de kaart om de route per etappe te zien, inclusief hoogteverschillen en afstanden. Via het GPX-icoontje rechtsboven download je de GPX-track voor gebruik op een smartphone, smartwatch of GPS-apparaat.